1937-1957

'Arktos voor ons was zalig, of liever: "heel fijn", wat uitdagend - je kreeg die (welke?) tik van de molen mee als je dáár in ging'

↓↓↓↓↓↓↓

De periode 1932-1942. Door Anneke (jaar '37), voor de lustrumalmanak van 1967:

'Deze jaren bestrijken de periode die in het begin mijn intrede in Arktos bracht, en aan het eind het in oorlogsnood gevierde vijfde lustrum; ik was toen praeses.
Arktos vormde destijds een klein, zeer selekt gezelschap. De toon, kernachtig en humoristisch, werd aangegeven door de niet meer studerende leden, die meestal bovendien gehuwd waren. Dit laatste schrikte nog-groene A.V.S.V.-leden enigszins af.
Kenmerkend was de zeer sterke band tussen de jonge en oude tot zéér oude Arktosieten, die wonderlijk goed op elkaar ingeschoten waren tot in hun pittige kopjes toe.
Tussen de groentijd plachten de gehuwde leden zich met pijn uit het gezinsverband los te rukken, om te bewerken dat het op stoelen zetelende quantum ontgroenenden tenminste de helft bedroeg van de aan hun voeten zetelende groenen. Deze helft loochende daarbij haar huwelijkse staat door het verplaatsen van de trouwringen. Desondanks bleef Arktos één jaar geheel verstoken van een aanwinst. In deze nijpende situatie wendde een Initiatief-Comité-Arktos zich tot de leden met een aldus beginnend rijm-stencil:

"De ICA komt eens met u praten:
Arktos staat er komisch voor,
ligt al bijna op één oor"
(volgen berijmde adviezen)

Arktos bezocht spaarzame keren het Clubgebouw - misschien uit afkeer van het lieflijk joelend gekwinkeleer van veel hoge meisjesstemmen - maar wist het aantal bestuursfuncties van haar leden op peil te houden.
Het onderscheidde zich verder door een manlijke zakelijkheid en kernachtigheid van gesprekken en door het soms diepnachtelijke einde der dispuuts"avonden", tijdens welke met mate wijn gedronken werd. Het varium op Arktos "zij stierven terwijl zij dronken" is natuurlijk vuige laster van de kant van een - half elf bedtijd met limonade - mentaliteit. (...)
Uit het bovenstaande laat zich wel afleiden dat Arktos belang stelde in algemene corpszaken en niet separatistisch of eenzijdig alleen op de vrouwelijke afdeling was ingesteld. De zich verscherpende oorlogssituatie droeg hier overigens nog toe bij. Kortom: Arktos heeft zo pal mogelijk gestaan!'

↓↓↓↓↓↓↓

De periode 1942-1947. Anoniem, in de lustrumalmanak van 1967:

'Het schrijven over in het oog springende gebeurtenissen tussen 1942 en 1947 is een uiterst moeilijke taak. De AVSV bestond toen officieel niet meer, omdat zij zich, evenals het ASC in oktober 1941 ontbonden had naar aanleiding van een decreet van de bezetters, dat Joodse personen geen lid meer van de vereniging mochten zijn. Via kennissen werd ik toch opgegeven als groen en zo maakte ik de clandestiene groentijd mee, die uiteraard zonder enige manifestatie naar buiten verliep. Ik weet niet uit wie onze "CVT" was samengesteld en het AVSV-lied heb ik pas in 1945 geleerd evenals andere traditionele liederen. Zingen is gehorig en de muren begonnen toen al oren te krijgen. Wij werden in kleine groepjes ontgroend bij de Dispuutsleden thuis en onze meer algemene opdrachten kregen wij groepsgewijs bij zulke gelegenheden. Ook de inauguratie in de AVSV vond in verspreide groepen plaats. Ik werd door Arktos gevraagd en opgenomen, maar men zal mij wel niet kwalijk nemen, dat de ingrijpende gebeurtenissen van de oorlogsjaren mijn herinnering ernstig parten spelen.
Eind 1942 eiste men van alle studenten, dat zij een loyaliteitsverklaring aan de Duitsers zouden tekenen, en omdat ik dat niet wenste was voor mij de pas begonnen studententijd afgelopen en vertrok ik weer uit Amsterdam. Over een eventueel Dispuutsleven tot eind 1945 kan ik dan ook niets vertellen en met het Universitaire verzet, de contantcommissie en de Raad van Negen, heb ik geen contacten gehad. Wel kreeg ik de Geus, het illegale studentenblad en het uitermate irritante officiële blad van het Studentenfront toegezonden. Over deze tijd wil ik liever zwijgen.Verzetskrant De Geus, 15 nov. 1941
Van 1945 herinner ik mij hoofdzakelijk de algemene onzekerheid van het herlevende studentenleven in de maatschappelijke chaos, het nihilistenprobleem, de geschorste professoren en het oprichten van de A.S.V.A. door een aantal idealisten, waaronder verscheidene jaargenoten. Er was een overstelpend aantal groenen - lichting 43 tot en met 45 - er werd een aantal, ik meen vijf, nieuwe Disputen opgericht en dankzij deze groentijd leerde ik als tweedejaars voor het eerst Arktos wat beter kennen.
Arktos was het opstandige Dispuut, dat niet erg meedeed met de gebruikelijke manifestaties georganiseerd door de AVSV en zich vaak vrij uitdagend daarvan distancieerde. Dit bleek ook uit het feit, dat een tamelijk groot aantal trouwe Dispuutsleden geen AVSV-lid meer waren, sommigen bedankten al na een jaar voor hun lidmaatschap. Diverse toenmalige Arktosieten schreven en? of akteerden en schitterden in de subverenigingen of in de Almanakredactie. Mijn tijdgenoten herinneren zich vast de magistrale quodlibets en canons, die wij zongen op Dispuutsavonden en -vakanties.'

↓↓↓↓↓↓↓

Arktos rond 1957. Anoniem, in de lustrumalmanak van 1967:

'Arktos tien jaar geleden? Arktos in het corps? Arktos in de ogen van het Corps was toen - waarschijnlijk net zoals nu - gek, egocentrisch, zeer interessant als je ervóór was, bijster vervelend in 't andere geval. De anti's waren daarbij sterk in de meerderheid.
Arktos voor ons was zalig, of liever: "heel fijn", wat uitdagend - je kreeg die (welke?) tik van de molen mee als je dáár in ging - niet zo vervelend eenzijdig sportief, niet zo gezellig en twaalf in 't dozijnerig als vele andere disputen. Judy had al rode kousen gedragen - een enormiteit!
En je had je trots als Arktosiet, duidelijk en geweldig. Zeker ten opzichte van het toen veel kleinere Dis (dat een A.V.S.V.-rel veroorzaakte door groenen in peignoir aan 't ontbijt te ontvangen, "onsmakelijk").
We maakten beroemde groenentoneel-liederen o.l.v. een in het "kamp" zelfs eeuwig koffiezettende Dorie, als: "Maar 'k kan 't niet zeggen, ook niet weerleggen" en later eens in Saskia's huis in Bergen: "En nu heb ik een rotnaam".
't Heerengrachthuis van Dorie, Lot, Els en Marion was heel belangrijk in onze begintijd, later het Amstelhuis van Olga en Jet. Els' recept voor na een receptie was rechtop - door kussens gesteund - gaan slapen; Marion gilde (wanneer gilden we niet?) tijdens een nogal verhitte discussie over de uit te nodigen heren voor een Arktos-feest: "Oh díe jongen, die heb ik nog eens ontmaagd"; Jet ontsluierde eens héél welgemeend een groen het Mum-geheim.
En 't Arktos-lustrum? Onbeduidend; veel ideeën, weinig organisatie. Mét de sherry verdwenen de glazen op de receptie in de "Eendt", waar de voor toen zeer vooruitstrevende werken "in roden en blauwen", van met zand vermengde verfreliefs hingen. Er was een duister feest bij Noor waar we eindeloos roulette speelden, we boden de A.V.S.V. een fijne tekening (?) aan van Saskia's vader (zie de paarden aan de tuinkamerwand), en tijdens de thee op de club giechelden de eerstejaars de teksten van de liederen vervaardigd voor het plakboek voor zich heen daar de wijs hun was ontschoten. De reunisten knikten instemmend voor zover de tekst doorkwam, "Zo was Arktos in onze tijd ook". Nu anders?'

↓↓↓↓↓↓↓

Rebels binnen de regels (zie In de media) beschrijft een kleinschalige rel waar bovengenoemde dames misschien ook wel iets mee te maken hadden (p. 12-13):

'In de decennia na de oorlog werd het kwajongensimago door opeenvolgende Arktos-generaties opgepakt en versterkt. (...) Niet altijd verliep deelname aan AVSV-activiteiten bevredigend. In de late jaren vijftig droeg Arktos haar artistieke steentje bij aan de ontgroeningsperiode van de AVSV. Geïnspireerd door Kees Kelks dichtregel "De wereld is een maagdendal" dienden nuldejaars antwoord te geven op de vraag wat een maagd was. Met het antwoord "een meisje" was Arktos al tevreden. De AVSV beschouwde deze eenvoudige dialoog echter als een vorm van laakbaar "seksueel ontgroenen", aarzelde niet en sloot Arktos voor straf vijf dagen uit van de ontgroeningsperiode. Nieuwe leden voelden zich aangetrokken door de opstandige reputatie, maar er waren lang niet altijd genoeg nieuwe leden om de reputatie in de praktijk kracht bij te zetten.'

Naar aanleiding van de maagdendal-affaire publiceerde Propria Cures een ironisch artikel over de preutsheid van de AVSV.

 

Kalverstraat, jaren vijftig