1997-HEDEN

'En Arktos? Zij is een kleine oude oester tussen zwierige zeeanemonen en vrolijke venusschelpen'

↓↓↓↓↓↓↓

Komen we bij de apotheose van dit Berenbestaan. Apotheose betekent schitterend sluitstuk, en we kunnen wel stellen dat het woord van toepassing is op deze vijftien jaren. Als altijd was het een tijd van hechte vriendschappen, hangweekenden in huisjes aan het strand, spetterende toneelvoorstellingen, vergaderingen in te kleine studentenkamers met worteltjesdip in overvloed, wilde danspartijen, Iona's soloperformances op twee blokfluiten, enzovoorts enzovoorts. Bovendien kregen we in deze jaren eindelijk ons felbegeerde dispuutshuis. Dat wil zeggen: het huis op de Oudezijds Voorburgwal nummer 9, waar altijd enige Arktosieten hadden gewoond, viel nu geheel in handen van Arktos. Het smalle, donkere grachtenpandje, waar je struikelde over de junks als je de deur uitliep, paste precies bij Arktos. Het was een kruipdoorsluipdoorhuis, met zes kamertjes, een huiskat (na de beer vermoedelijk het meest Arktoïsche dier) een keuken met een bar en een kunstwerk van Sanne op de wc-deur. Hier hielden we voortaan onze fleurrondes. Elk jaar in augustus werd er driftig geklust om de keuken in een feesthonk te veranderen. Zelfs het morsige binnenplaatsje werd bij de fleurrondes betrokken. Opgeleukt met lantaarns en een muurschildering werd het tot mystiek berenhol waarin je met een ladder diende af te zakken vanuit de keuken. De aspirant-leden van de nieuwe eeuw, exponenten van een experience society, konden deze ruimtelijke verrassing wel waarderen. Over de fleuruitreiking hadden we elk jaar weer hetzelfde gesprek: hoe zorgen we ervoor dat deze een onuitwisbare indruk maakt op de potentiële nieuwe meisjes? In plaats van een lasershow of kabelbaan langs de voorgevel kwamen we toch steeds weer uit bij onze zelfgekluste 'speurtocht-door-Melkweg'. Gelokt door een zangkoortje dat vanachter een gordijn een meerstemmig Bonum est confidere zong, klom de phoet zich een weg door het trappenhuis. Dat was met behulp van zwarte doeken en kerstlampjes tot sterrenhemel omgetoverd. Aan het einde van de tunnel trof zij het bestuur op het dakterras, strak in het pak en door fakkels verlicht. Om van hen een indrukwekkende laudatio te krijgen, die het meisje moest overreden naar Arktos te komen.
Dat laatste ging steeds moeilijker deze jaren. Daar probeerden we met man en macht verandering in te brengen, want wijzelf vonden ons oude dispuutje veel te mooi voor deze kwijnende toestand en het negatieve aura dat het omringde binnen het corps. In 2010 kwam het echter toch tot een einde. Er meldde zich slechts één nieuw meisje aan en de actieve leden waren het zat. Het dispuut ging 'slapen', het zou voortaan niet meer meedingen naar de handen van de meisjesphoeten in de jaarlijkse kennismakingstijd.
Vanzelfsprekend hebben we ons het hoofd gebroken over hoe het zo had kunnen lopen. Duidelijk is dat het zowel aan onszelf lag als aan de corporale buitenwereld, maar hadden we de boel positief kunnen beïnvloeden, en zo ja, hoe?
Zoals eerder vermeld, groeide het dispuut eind jaren negentig naar het midden toe, een tendens die na 2000 doorzette. We trokken een uniformistisch shirtje aan tijdens de fleurrondes - zoals de andere meisjesdisputen al jaren deden - en lieten bestuurspakjes maken. Nu is het niet gezegd dat we dat deden uit puur conformisme. We waren immers zelf ook meisjes van de vroege 21ste eeuw. De tweede feministische golf had zijn werk gedaan. Waar onze voorgangsters voor hadden gevochten, was voor ons vanzelfsprekend. Misschien is het vanwege die toegenomen gelijkheid tussen man en vrouw dat we de verschillen opnieuw benadrukten - het Arktos van de 21ste eeuw was ijdeler dan voorheen. Wel bleef het dispuut steeds 'Arktos-meisjes' aantrekken: intellectueel, kritisch, ambitieus, binnen de corporale verhoudingen soms wat onhandig of onaangepast. Onder de meisjesclubs had Arktos steevast het hoogste percentage universitair geschoolde leden. Maar als gevolg van haar impopulariteit werd de Beer een tikkeltje timide. Ten onrechte natuurlijk, maar zo gaat dat met het zwarte schaap. Jeanet (jaar '78) verwoordde dit scherp en geestig:

'Arktos past niet binnen het corps. Dat ligt vooral aan de verandering binnen het corps, dat veel meer een 'gooischevrouwen' sfeer heeft dan vroeger. Zo heb ik me althans laten vertellen: meisjes met stilettohakken, op scooters, botox en chihuahua's bepalen de sfeer. Tja zet daar een Arktosiet naast met een bril, een oude spijkerbroek en een fiets en als het tegenzit vet haar (vergeten te wassen) - logisch dat je het eitje van het schoolplein bent.'

Dit klinkt wat dramatisch allemaal, maar laat onverlet dat we het ook in deze laatste jaren goed hadden met elkaar. Omdat we klein waren, bleven we lang actief en waren er velerlei 'verticale' vriendschappen. Tot en met omaatjes aan toe, die je op de dies had leren kennen of tijdens een interview voor de almanak. Dit in tegenstelling tot andere (meisjes)disputen, die vaak meer jaarclubs waren. Waar leden het na een jaar verplicht borrelen voor gezien hielden. Het klinkt paradoxaal, maar juist omdat Arktos het moeilijk had, beseften wij hoe geweldig en bijzonder het dispuut was.

Het onderstaande archiefmateriaal biedt nader inzicht in de laatste vijftien actieve Arktos-jaren.

↓↓↓↓↓↓↓

Fragment van de brief die Marleen (jaar '94), praeses van Arktos in 1997-1998, schreef ter gelegenheid van de op handen zijnde fleurrondes in het jaar 1998:

'Waar het om draait is dat je trots uitstraalt over je dispuut, en als je dat niet hebt ga je maar toneelspelen. Of wij nu elk jaar onze legendarische shirtjesdiscussie hebben of niet, gewoon blijven lachen en leuke dingen vragen die jij wilt weten en die ergens over gaan. Uiteindelijk wordt het zo meer gewaardeerd als je gewoon jezelf blijft en daar kracht uit haalt. Horen jullie Jomanda al "healen"?
O ja, wat shirtjes betreft.......... nee laat maar.......... of toch..........?
Laat ik dit zeggen, ik ben er niet faliekant tegen, maar wat ik soms jammer vind is dat er wordt geredeneerd dat "we er anders niet bij horen". Dat is ontzettend gelul, we horen er al 81 jaar bij, dus niemand gaat mij vertellen dat dat een steekhoudend argument is.
Wel ben ik van mening dat puur om praktische herkenningsredenen het shirt misschien, eventueel, wellicht, enigszins zou kunnen helpen. Ik ga zelfs zo ver te redeneren dat alles tegenwoordig in de maatschappij snel beslist moet worden, tempo-beurs, 24-uurs economie, weet ik veel wat nog meer, dat zorgt voor een supersnelle gang van zaken. Daar moet Arktos niet ongezien in blijven.
Misschien gooi ik nu door dit schrijven de boel wel helemaal door de war, maar wat ik wil zeggen is dat of het nou om een shirtje gaat, een huis, een lied of wat dan ook: bedenk goed waarom en laat het niet afhangen van vermoedens over hoe anderen over ons zouden denken. Misschien denken anderen wel zo, maar ook heeeeeeeeeeeeeeeeel veel mensen niet.'

↓↓↓↓↓↓↓

Stukje van Nelleke (jaar '95), die rector van het ASC/AVSV was in het jaar 1999-2000. Ze schreef het voor de almanak ter gelegenheid van het zeventiende lustrum van Arktos (2002):

'Geen statuten, geen voorschriften, geen protocollen. Wat kon ik gruwen van Arktos met haar afkeer van continuïteit. Aan de andere kant, etiquette, mores en mantelpak; afschuwelijk dat corps met zijn voorliefde voor formaliteiten. "Die paradox die hoort bij mij, provoceren maakt mij blij" zong ik niet voor niets al vijf jaar uit volle borst mee.

Woensdagavond. De Arktoshoek. Op de rand van het podium zit een klein groepje meisjes bij elkaar. Zwijgend. Want dat doen die meisjes liever dan small talken. Verbaasd kijken ze naar de regendansen van de andere disputen; zouden die echt werken?

Arktosieten lijken geen groepsgevoel te hebben. Sociale controle ervaren ze al snel als sociale dwang en jezelf als groep profileren is al helemaal uit den boze. Zijn we dan eigenlijk onsociale wezens? Absoluut niet. Het was ónze praeses die mij tijdens de socialenvergadering aanbood alle niet gewenste meisjes op te willen nemen, en het is Arktos waar geen vuile, tactische spelletjes met en om de nieuwe meisjes wordt gespeeld. Hoe beter ik het corps en zijn groepsgevoel leerde kennen, hoe harder ik mijn Arktoshart voelde kloppen.

Let wel, over het corps als zodanig van mij geen slecht woord. Dat is een woeste zee waarin je soms haaien maar vaak ook mooi en kostbaar leven vindt. En Arktos? Zij is een kleine oude oester tussen zwierige zeeanemonen en vrolijke venusschelpen. Van buiten intrigerend, maar niet opvallend mooi. Breek je die oester open, dan vind je geen fonkelende diamant, maar een kleine zuivere parel. Een parel met het hart van een woeste wilde beer.'

↓↓↓↓↓↓↓

In de reünistenperiodiek van het corps werpen Sterre (jaar '03) en Claartje (jaar '98) licht op de laatste levensjaren van de Beer:

'"Slaap zacht Arktos." Op de bovengalerij van de sociëteit, op de plek waar tijdens de voorfleurrondes normaal gesproken drie handen vol Arktos-meisjes stonden, hing tijdens de Na-KMT 2010 slechts een doek met deze tekst. De hossende toko-massa nam twee minuten stilte in acht voor het dispuut, gevolgd door Arktos’ lijflied "O stalen bh" door de trommelaars van Hera. Dat laatste is een geste waar Arktosieten in voorgaande jaren alleen van durfden dromen.
Het besluit van het Arktos-bestuur om vanwege het geringe aantal phoeten in de KMT niet verder deel te nemen aan de fleurtijd, scheen de rest van de corporale bevolking te verrassen. Arktos zelf had de bui al zien hangen: een werkgroep van jonge en oudere dispuutsleden had al eerder dat jaar besloten hoe te handelen in een dergelijke situatie. Niet alleen actieve Arktosieten, ook wij, "oudere jongeren", werden de hele nazomer in kroeg en Albert Heijn aangeklampt door vage en iets minder vage bekenden uit de toko-tijd: "Wat erg van Arktos, dat had ik echt nooit verwacht. Jullie hadden toch elk jaar wel een paar leuke meisjes, van die echte Arktos-meisjes?" En zelfs: "Gecondoleerd trouwens, met je dispuut."
Arktos en condoleren. De combinatie is niet zo vreemd als die in eerste instantie lijkt. De meeste Arktosieten zijn ooit door medephoeten gecondoleerd met hun Arktos-fleur. "Ben je gefleurd bij Arktos? Echt? Gecondoleerd! Hopen dat je nog een fleur krijgt, dan hoef je er niet naartoe."
De vloek van de Arktos-fleur zal de phoeten van het jaar 2011 bespaard blijven. Want Arktos slaapt, zoals het officieel heet. Ze heeft de stekker uit haar corporale bestaan getrokken.
Wat het dispuut hiertoe heeft bewogen? Heel eenvoudig: we kregen structureel te weinig meisjes aan. De laatste drie jaar hoogstens vijf per jaar. Waarom? Omdat Arktos binnen de sociëteit gold als lelijk eendje, een vergaarbak voor het beurse fruit van het corps: licht afwijkende, niet de mondigste en volgens sommigen bovenal lelijke meisjes. Een dispuut voor zieligerds, die nergens anders heen konden. Logisch dat phoeten werden gecondoleerd met hun fleur: bij een dispuut met een dergelijk imago willen horen, zou je reinste masochisme zijn.
In hoeverre dat beeld van Arktos klopt is een tweede. Wij Arktosieten vinden uiteraard van niet. We zijn het erover eens dat Arktos niet de best gebekte en geklede corpsmeisjes aantrok, maar lijken zelf de enigen te zijn die daar de charme van inzagen. Saai of suf hebben we onszelf nooit gevonden. De Arktosiet van nu is eigengereid, ambitieus en, gemeten naar de maatstaven van het corps, een tikje excentriek. En: Arktos is een laatbloeiers-dispuut – en laatbloeien past bijzonder slecht in de hooggepolijste corporale cultuur. slaapfeest, 2011
Hoe het ook zij: het oudste vrouwendispuut van het ASC/AVSV is niet meer, althans: nu even niet meer. De redactie van de reunistenperiodiek vond dat een goede aanleiding voor een mooi verhaal over Arktos. Niet te zwaar op de maag, niet per se over de slaap of de dood, maar over de rijke dispuutsgeschiedenis. De knipoog naar het thema van deze editie, "groen", was zelfs al bedacht: "Arktos – onder de groene zoden".
Dat is tekenend voor de verhouding Arktos-corps. Want verhalen over een levend Arktos waren altijd een tikkeltje pijnlijk, omdat ze linksom of rechtsom refereerden aan de zorgelijke toestand van het dispuut en vooral omdat ze impliciet de vraag opwierpen of het corps als groter geheel daar iets mee moest. Want het lelijke eendje werd op een bepaalde manier ook gekoesterd door de andere disputen, al was het maar vanuit de wetenschap dat er, wat er ook gebeurde, altijd nog een dispuut was dat zich lager in de pikorde bevond. Best geruststellend. Helaas kochten de Arktosieten niet zoveel voor deze liefkozingen: als het erop aankwam wilde niemand met ze op skivakantie, of achter de NIA-bar. Samenwerken met Arktos was je reinste reputatiebezoedeling.

Wat zijn er een septembertranen geplengd de afgelopen jaren. Door Arktosieten, vanwege de keer op keer schrale oogst, maar vooral door phoeten wier fleurenpakket slechts uit het kettinkje van Arktos bestond. Huilend plachten zij in de armen van de beer te glijden. Als de tranen gedroogd waren, was het tijd voor de echte kennismaking met het dispuut. Tijd om vrienden te maken, te drinken, tutten, kijven, dansen en al die dingen die meisjesdisputen doen. Met dit verschil dat je bij Arktos overgoten werd met een historisch sausje van vrouwenintellect en -emancipatie. Misschien kon jij, als achttienjarige op de rand van het echte leven, die decennia-oude traditie wel doen voortbestaan.
Dat de heldhaftige verhalen uit die traditie in schril contrast stonden met de werkelijkheid op de toko, maakte de Arktos-hoek een broedplaats voor frustraties. Wij, Arktosieten van de eenentwintigste eeuw, wisten niet meer wie we waren en ook niet wie we wilden zijn. Want behalve dat we er op de toko overduidelijk "niet bij hoorden", waren we als de dood voor de associatie met wellicht de meest boeiende fase uit Arktos’ bestaan, de "roaring eighties", en het daaruit overgeleverde beeld van feminisme en recalcitrantie. We wilden juist bij het corps horen, opgenomen worden in het warme bad van de toko. En o, wat werkten we hard om daar te worden geaccepteerd en o wat was dat zichtbaar. Nooit een goed idee is, als je echt geaccepteerd wilt worden.
Deze uitwassen van zelfkritiek gingen soms zo ver dat er voorafgaand aan voorfleurrondes okselhaarchecks werden gehouden en de minder hippe dispuutselementen aan een verplichte make-over werden onderworpen. Voor het collectieve zelfvertrouwen waren deze bezigheden niet bepaald bevorderlijk. Daarom zijn sommige Arktosieten plaatsvervangend opgelucht dat niet nog meer lichtingen meisjes dit circus hoeven te doorstaan. Het lidmaatschap van een studentenvereniging moet dienen om zelfvertrouwen aan te ontlenen, niet om dat te ondermijnen. Een driejarige cursus pariaperspectief is voor niemand goed.
En toch: ergens beschouwden Arktosieten al het hiervoor beschrevene als beslommeringen in de marge. Het Arktos-leven was iedere Arktosiet, ook de afgelopen jaren, lief en dierbaar, evenals het toko-leven. De beer wil dus alles behalve dood.

Eensgezind in hun treuren om het verloren dispuut, zijn de Arktosieten minder eensgezind over de toekomst. Enerzijds heerst de darwinistische redenering dat de zwaksten van de soort het loodje leggen en dat je je daarbij neer hoort te leggen. Voor degenen er zo over denken, is de beer niet in slaap maar hobbelt zij rond op de eeuwige jachtvelden. Velen houden zich echter vast aan het eufemistische (?) beeld van een ogenschijnlijk dood, maar feitelijk slapend dispuut, als een Sneeuwwitje in haar glazen kist. Zij dromen van een prins die bekoord zal raken door Arktos’ schoonheid en haar wakker zal kussen. Wie die spreekwoordelijke prins zou moeten zijn? Wellicht een senaat of groep phoeten van the next generation, die al wat generatie y overboord gooide op een voetstuk zal plaatsen? Of een groep studenten van buiten de toko, à la Unica? Deel 2 van de onvolprezen Arktos-kroniek Rebels binnen de regels. Het vrouwendispuut Arktos, 1917-1997 (te vinden op bol.com of in de P.C. Hoofthuis-bieb bij vrouwengeschiedenis) kan in dat laatste geval als titel Rebels buiten de regels meekrijgen.

Zeker is wel dat deze prins een duwtje zou moeten krijgen van de (nog lang niet dode) dispuutsleden. En dus moet Arktos niet alleen voor de leden zelf levend worden gehouden, maar ook voor de buitenwereld. De glazen kist als vitrine. In het kader daarvan zal de dispuutswebsite, www.arktos1917.nl, worden omgewerkt tot digitaal monument. Dat brengt ons bij een volgende droom: we bouwen Arktos uit tot open Facebook-community, met meermaals per jaar evenementen voor en door slimme, sterke vrouwen. Eindelijk die knullige groentijd van de baan, en een ledental dat het Arktoïsche voorstellingsvermogen sinds jaar en dag ontstijgt.
Darwin of Sneeuwwitje, that’s the question. Maar slapers zijn dromers. En dus mijmeren Arktosieten onder het genot van een gezamenlijk biertje regelmatig over een wedergeboorte, in welke vorm dan ook.'

↓↓↓↓↓↓↓

En hoe gaat het vandaag de dag met de Arktosieten? Het is een vraag die de jonge leden geregeld krijgen, niet in de laatste plaats van verenigingsgenoten van het ASC/AVSV. Sietske (jaar '07) zegt daar het volgende over:

'Arktosieten krijgen vaak nog de vraag van de diverse almanakredacties van het ASC/AVSV om te laten weten hoe het met Arktos gaat. Ironisch genoeg lijken corpsleden er immer nieuwsgierig naar na het slapen gaan van Arktos. De beer is dan gaan slapen en verschijnt niet meer op de gebruikelijke tijd op de toko, maar Arktosieten zijn er zeker nog wel en komen nog steeds bij elkaar in verschillende formaties binnen en buiten het corps, waar ze de tradities van Arktos nog steeds ophalen, in ere houden en zelfs nieuwe tradities, mores en grapjes scheppen. Mijn meeste, beste en dierbaarste vriendinnen zijn Arktosieten en ik heb het gevoel dat zij dit nog voor een lange tijd zullen zijn. Als de lustrumalmanakredactie van het ASC/AVSV aan ons vraagt een stuk te schrijven over hoe het gaat met Arktos, zeg ik liever: “Dat gaat jullie niks meer aan.”'