OUD EN NIEUW

Het begrippenpaar 'oud en nieuw' staat hier zowel voor eeuwen en millennia als voor Arktos. Voor het 'fin-de-siècle-gevoel' dat - getuige onderstaande brief - ook Arktos te pakken had, maar ook voor het 'nieuwe', 21ste-eeuwse dispuut. Het Arktos dat de typmachien inruilde voor e-mail en Facebook. Het Arktos dat bestuurd werd door meisjes met vestjes en mantelpakjes. Een welbewuste concessie aan het corps, maar niet zonder knipoog, zoals onderstaand verslag van Sterre (jaar '03) laat zien. En het Arktos dat weldra ter ziele zou gaan. Was het dispuut dan toch echt een kind van de 20ste eeuw?

↓↓↓↓↓↓↓

Brief van de ab actis, 1990:

 

↓↓↓↓↓↓↓

Ca. 1992:

 

↓↓↓↓↓↓↓

Uitnodiging lustrumviering 1992:

 

↓↓↓↓↓↓↓

Uit de lustrumalmanak 1992:

 

↓↓↓↓↓↓↓

Uit de reünistenalmanak van het ASC/AVSV 1991:

 

↓↓↓↓↓↓↓

Opdracht aan de Arktos-groenen, ca. 1992:

 

↓↓↓↓↓↓↓

Uit het gastenboek bij het feest ter gelegenheid van Arktos' 16e lustrum, 1997:

 

↓↓↓↓↓↓↓

Uit het gastenboek bij de reünistendag van het 16e lustrum, 1997:


 

↓↓↓↓↓↓↓

Uit het convo van Sterre (jaar '03), ab actis in het dispuutsjaar 2005-2006:

Amsterdam, 11-11-'05

Lieve Arktosieten!

Lopend door de borrelzaal vallen er blikken op mij. Veel blikken. Verdacht. Mijn hersens, die in de regel vrij hebben op woensdagavond, werken op volle toeren: gedachten variërend van ‘de kapper heeft zijn werk blijkbaar goed gedaan dit keer’, tot ‘heb ik zonder het zelf te weten een plastic-fantastic make-over gehad en zie ik er nu uit als een ideale droombarbie’, proberen de onverminderd op mij neerdalende blikkenregen te verklaren. Tevergeefs. Als even later de ogen van twee pafferige Panikh-jaars een fractie te lang op mijn borsten blijven rusten, begin ik me langzaam ongemakkelijk te voelen bij dit massale aangegaap. – Heb ik van iedereen iets aan, of wat? – Nog een biertje dan maar. Pas als ik bij het tappen gehinderd word door een bungelend zwartgeel lint, weet ik het weer: Bestuurspak! Vandaar.

Dit om te illustreren dat ik me de laatste weken regelmatig een aap voel. Nee, ik maak niet voortdurend oerwoudgeluiden terwijl ik met mijn handen onder mijn oksels krab. Gelukkig. Ik voel me dan ook geen gewone aap, maar ‘de aap met de gouden ring’ uit het spreekwoord: ‘al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.’ Het gaat in dit spreekwoord namelijk om een universele regel: hijs een willekeurig randfiguur in een uniformpje en als bij toverslag geniet dit voorheen verguisde type het ‘respect’ van zijn omgeving. Voorbeelden: conducteurs, ‘security op scootertjes’ van de gemeente Amsterdam en natuurlijk Jan Peter Balkenende. Het gezag van deze mensen is in feite op niets anders gebaseerd dan deze ‘apenpakkies’. Binnen de toko zijn dit soort sociale verkeersborden van levensbelang: stel je immers eens voor dat iedereen gelijk zou zijn… geen indrukwekkend senaatsrood, geen blauwe olifanten op het commissiepodium, geen roze kc-streepjes die je wat doen: alle ‘vestjesgeilers’ zouden in een staat van totale desoriëntatie verkeren en er zou een anarchie ontstaan, of misschien uiteindelijk zelfs een vorm van democratie! Gruwelijk, niet?

Het is dus maar goed dat ze nog bestaan, die goeie ouwe apen met gouden ringen. Het is zelfs zo, dat ik in mijn apenrol voor aap zou lopen, als ik niet aan een bepaalde, tamelijk hooggespannen, verwachting zou voldoen. De ‘Aap Actis’ kan niet het hele jaar onbestraft met de gouden penning om haar nek spelen: ze moet haar vele voorgangsters na-apen en convo’s produceren. Nou, bij deze dus. Nummer één.

Eerlijkheidshalve moet ik daar dan wel aan toevoegen dat zelfs het knutselen aan dit boekje de gezaghebbendheid van mijn apenrol niet rechtvaardigt: heb ik zelf überhaupt iets aan dit convo gedaan? Ehm… Júllie hebben voor de grote hoeveelheid mooie, interessante, soms hoogdravende, soms relativerende, maar vooral schaterlachwekkende stukken gezorgd! Ik hoefde ze alleen maar in elkaar te zetten. En zelfs dat heb ik niet alleen gedaan: Livia heeft een hele druilerige, brakke, lange donderdag met mij achter de computer doorgebracht en me voorzien van uitleg over genummerde binnen- en buitenkanten en ‘fysieke boekjes’. Waarvoor dank! Wat blijft er dan nog over… De voorkant! Ja, die heeft dus mijn broertje gemaakt. Een telefoontje met een vaag omschreven idee was genoeg: het resultaat werd per ommegaande digitaal aangeleverd. Best indrukwekkend.

Tja… en dan rest mij niets anders dan vanavond maar weer andere aapjes te gaan kijken op de Hebe-diës…

Zoen!

Sterre


↓↓↓↓↓↓↓

Zomer 2010, Arktosieten mailen elkaar over het 'slapengaan' van het dispuut:

Hoi Arktosieten, wat zullen jullie in een shit-humeur zijn. Of misschien stiekem wel opgelucht dat het grote gesjor over is. Wel een beetje droevig zeg, zo'n dooie beer. Maar ja, het gaat toch om de mensen.
(Willemien, jaar '82)

Ik weet niet hoe het met jullie allemaal is, maar ik ben er redelijk ziek van dat we worden opgeheven. Wat dat ook moge inhouden voor het 'actieve' dispuut. Ik zat net met Hettie aan de lijn en we hadden allerlei plannen, zoals de Arktos meiden even laten bijkomen/bijslapen en dan met 20 oud-Arktosieten even de Na-KMT erdoor rammen. Of in ieder geval een enorm knalfeest houden om onszelf op te heffen. En nu alvast een commissie samenstellen die een grote reünie voor onze 100ste geboortedag in 2017 organiseert...
(Vivian, jaar '90)

Moeten we niet in elk geval een datum prikken om met 80 vrouwen de borrel op de sociëteit te bestormen en al dat voorspelbare laffe blonde spul eens aan de kant te zooien (geintje)?
(Dominique, jaar '84)

Ik voel de trots en de berusting nog niet, ik voel nog steeds die vechtlust, op het irritante af. Het zal wel wegebben, maar dat zal een leegte achterlaten waar ik tegenop zie. Dat wil ik best toegeven. En ik kan me er nog niet overheen zetten dat we een cool dispuut met een cool concept niet cool hebben kunnen maken voor de hedendaagse phoet/corpslid, ook al waren er elk jaar weer wat Arktosietjes in de dop die aankwamen bij het ASC/AVSV.
(Isabelle, jaar '03)

de beer moet blijven dansen!!!
(Andrea, jaar '90)

Mooie bezorgde mails. Ik deel die zorg. Dat Arktos niet binnen het corps past, is eigenlijk helemaal niet zo vreemd en misschien wel iets om trots op te zijn. Dat Arktos haar honderdjarig bestaan niet haalt, is ronduit onuitstaanbaar. Dat Arktos een spetterend opheffingsfeest verdient, spreekt voor zich. Laat ons dan in ieder geval stomdronken ten onder gaan.
(Jeanet, jaar '78)

de koning is dood, leve de koning, want tegendraadse individuen blijven bestaan, reken maar.
(Judith, jaar '62)

Als ik zo al die reacties eens lees (van over de hele wereld!), en alle gesprekjes die ik hier en daar voer, denk ik alleen maar... voelen jullie het ook? Arktos is meer verbonden dan ooit! Eindelijk kunnen we ademhalen, met of zonder traan.
(Marloes, jaar '06)

Als jullie vrijdag in de Doffer [waar t.g.v. het 'slapengaan' een bijeenkomst werd gehouden, red.] een oud vrouwtje met een stok zien, dan ben ik het. Ik had een constructief idee. Terwijl A.R.K.T.O.S. slaapt zou een creatief lid met historisch besef kunnen proberen te schetsen hoe het is gekomen dat het Dispuut, de AVSV en de Tijdgeest uit elkaar zijn gegroeid. Wanneer is het begonnen (in 1945 was het een eer om erbij te horen) en hoe is het verlopen? Volgens mij een speciaal stukje sociale geschiedenis van breder belang.
(Suzanne, jaar '45)

 

Damesdiner 2011


↓↓↓↓↓↓↓

In de herfst van 2010 verscheen een speciaal convo, gewijd aan het inslapen van Arktos. Daarin beschrijven leden wat het dispuut voor hen betekent. In het verhaal van Wim (jaar '90) zullen velen zich ongetwijfeld herkennen:

Eindelijk thuiskomen in Amsterdam onder gelijkgestemden; van diepe en minder diepe gedachten wisselen met leeftijdgenoten; met vrouwen samenzijn en de lichte kanten en schaduwkanten daarvan ten volle meemaken; oudere jaars bewonderen; leren organiseren en een groep mensen leiden; ontdekken dat ik talent had voor spreken in het openbaar; humor, lachen, stunts en toneelstukjes maken, Hooghoudt en Van den Bergh, de oerLullo's; zingen Kalkoen en Kip en met Jetskes koor; sexy en vrij dansen; de lol van provoceren proeven; stress en conflicten, elkaar tot op het bot analyseren maar vooral ook jezelf leren kennen; kritisch durven zijn; dubbelhartige houding naar het corps, die mettertijd verdween door een zeer bevredigende fleurtijd als fleurtijdsleidster; jaargenoten die je niet zelf kon uitkiezen waardoor je nu met iedereen kan samenwerken; reisjes, logeerpartijtjes, eten, drank, sigaretten; kortom, tijd om mijzelf te vormen in sociaal, creatief en intellectueel opzicht.
En Arktos betekent voor mij nog altijd een innige, dierbare band met jaargenoten en anderen; een 'stammetje' waaraan ik mij kan laven en steun vind voor het Leven; onuitputtelijke vriendschappen met nog steeds veel humor, gedeelde interesses, verscheiden karakters en levens; een fantastische herinnering aan de tijd waarin we jonger waren en zo is Arktos nog steeds een bron van vreugde!