1977-1997

'We zouden best eens wat gewone dingen kunnen doen!'

↓↓↓↓↓↓↓

Waar waren we gebleven? O ja... De Beer had er een einde aan gemaakt in 1974. Als bolwerk van traditie en hiërarchische verhoudingen was het corps in de revolutionaire jaren zestig en zeventig uit de gratie geraakt. Veel disputen hadden het loodje gelegd. In de late jaren zeventig keerde dit tij. Voor het eerst sinds jaren meldde zich weer een lange rij studenten bij de poorten van het corps. Corpsballen gingen weer in rok naar het lustrum, een kledingstuk dat door hun voorgangers uit de Provotijd in de ban was gedaan. Dat het corps met de tijd was meegegroeid, bleek wel uit het lustrumthema 'Het woord als middel' in 1977. Voorheen hadden lustrumthema's vaak een wat zelfvoldane bijklank gehad. Met dit thema wilde men blijk geven van maatschappelijke betrokkenheid. In hetzelfde jaar 1977 vormde zich in de corpsgroentijd een groepje meisjes dat Arktos nieuw leven inblies. Een paar maanden later schreven zij een brief aan de oude generatie Arktosieten:

'Amsterdam, 13 januari 1978

Geachte Arktosiet,

Wij vinden het heel erg leuk u te kunnen laten weten, dat wij met 14 meisjes uw dispuut Arktos weer tot leven hebben gebracht.
Wij werden als jaarclub door Arktosiet Diduine van Delft benaderd en naarmate wij meer hoorden over Arktos, raakten wij enthousiaster.
Besloten werd dan ook de stap te nemen en 24 oktober 1977 zijn wij door de algemene ledenvergadering officieel erkend als het dispuut Arktos.
Wij zullen proberen de naam van Arktos hoog te houden. We hopen, dat we op de a.s. dies met elkaar kennis zullen maken.
Hierover zult u binnenkort meer horen.
In de hoop dat deze hergeboorte een aangename verrassing voor u is, teken ik namens het 1e jaar van Arktos,

Annemarie (jaar '77)'

↓↓↓↓↓↓↓

In een in de groentijd van het heroprichtingsjaar geschreven dagboek van Hester (jaar '77) lezen we meer in detail hoe de wedergeboorte van Arktos tot stand kwam:

'Woensdag 24 augustus 1977

Derde dag van de Intreeweek achter de rug. Ik ben blij dat Anne-Marie in mijn groepje zit anders had ik er helemaal niets aan gevonden. Pas vandaag kwamen we tot de ontdekking dat we ons allebei in gingen schrijven voor het corps. We schaamden ons er allebei een beetje voor en hadden het eerder niet durven toegeven. Maar we gaan alleen de kennismakingstijd meelopen en als het niet bevalt worden we geen lid. Je moet het toch eerst meemaken om er over te kunnen oordelen.

Maandag 29 augustus, 1.00 's nachts

Wat een dag! Vandaag is de kennismakingstijd begonnen. Om 9.00 moesten we er al zijn. Er zitten wel een aantal kakkers tussen maar over het algemeen viel het eigenlijk best mee.
Ik voelde me wel net op een kinderkamp. De N.P.M. is inderdaad aardig en iedereen wil weten of ik nou dat zusje van Renée ben. Eigenlijk wel handig zo'n visitekaartje. We moesten de stad in om limericks te maken en nog veel meer, maar ik ben te moe om dat allemaal op te schrijven en ga dus maar slapen. Bovendien moet ik het als Renée zo thuis komt vast allemaal nog een keer vertellen. Misschien kan ik beter net doen of ik slaap.

Donderdag 1 september

De afgelopen dagen geen sekonde tijd gehad om in mijn dagboek te schrijven. Ze houden ons wel bezig zeg. Historisch Museum, projektgroepjes, kennismakingsspelletjes, zwemmen en als ze niks meer weten komt zo'n maffe 10-dejaars ons van boven op een tafel leren zingen. En hij krijgt iedereen nog zo gek ook om de meest walgelijke liedjes als b.v. Hawaï te zingen. Nou dat weiger ik. Vandaag op het Atomoshuis geweest. Zal het Corps dan toch zo zijn als iedereen altijd zegt? We reden terug met een Atomaat in zijn eendje. Hij sneed een fietser af en waagde het nog om uit zijn auto te stappen en haar uit te schelden. Begon wel weer flink te twijfelen aan deze klub. Heb daar wel een leuk meisje leren kennen. Katrien heet ze en ze wil misschien wel een jaarklub oprichten. Als er nou nog meer leuke mensen zijn die mee willen doen, dan hoeven we ons van de rest niets meer aan te trekken.

Groentijd 1978

Zaterdag 4 september

Het weekend is voorbij. Zal ik verliefd zijn of verbeeld ik me dat maar. Wel oubollig om nou net op een NPM-er te vallen. Renée zegt dat ie altijd rare vriendinnen heeft en alles weet van popmuziek. Ik moet hem maar gauw uit m'n hoofd zetten.
We hebben een jaarklub. Hij wordt steeds groter. De meisjes zijn allemaal heel leuk, maar er zitten een paar strontvervelende jongens tussen, die van mij d'r wel uit mogen gewerkt. Bovendien moet hij ook niet te groot worden. Anne-Marie moest vandaag op een stoel klimmen om te vertellen wat we van plan waren en kreeg natuurlijk de slappe lach. Toch sloeg het geloof ik wel aan. De NPM ziet het in ieder geval helemaal zitten en heeft al een paar keer met ons over de jaarklub gepraat.
Zal ik nou wel of niet meedoen aan die fleurrondes? Stiekem ben ik toch wel heel benieuwd hoeveel fleuren ik zal krijgen.

Maandag 5 september

Voorfleurrondes. Wat een koehandel. Als de KMT voorbij is moeten we maar met wat mensen gaan kijken of we dat niet kunnen veranderen. Iedereen zegt dat het een rotsysteem is; nou, dan laat je het toch niet zo. Joanne Schueller van de NPM heeft nog 2 meisjes aan de jaarklup gekoppeld, waar zij erg enthousiast over was. Margreet, een beetje een raar kind met een rode diadeem in d'r haar en pinocchio schoenen aan. Had haar alleen nog maar gezien in een kabaretje in het weekend, waar ze vol enthousiasme het NPM-lied begon te zingen, maar na een regel de tekst niet meer wist. Het andere meisje heet Anne en komt uit 't Brabantse. Het enthousiasme van Joanne kan ik nog niet helemaal delen, maar ze zijn geloof ik niet onaardig. De jongens hebben we er uit geknikkerd en opeens zijn we nog maar met zijn zessen. Anne-Marie, Karien, Anne, Margreet, Marjan en ik. Marjan is een eeuwige twijfelaar en zal wel mee gaan doen aan de fleurrondes. Als ze maar niet gelubt wordt, want iedereen vindt haar leuk. En een jaarklub van vijf is echt te klein.

Dinsdag 6 september

Vanmiddag met z'n zessen vergaderd. Om de beurt begon iedereen te twijfelen, of een dispuut niet toch veel leuker was, of we het wel met elkaar zagen zitten, enz. Wat willen we met de jaarklub? Ik ben als de dood dat het een truttig theekransje wordt. We moeten toch eerst een gemeenschappelijke doelstelling voor ogen hebben voor we ergens aan beginnen? Vonden de anderen, geloof ik, maar gezeur. Terwijl we zo op Renée's kamer zaten te vergaderen, kwam er een telegram van de Senaat: "Gewoon doen". Wat was dat een verrassing. Dat ze zo aan ons denken moet toch wel betekenen dat ze ons echt een leuk stel vinden, zijn we natuurlijk ook.

Zaterdag 10 september

Het is afgelopen. Voorbij: bijna onopgemerkt zit je dan toch bij die klub. Maar goed, als je er maar kritisch tegen aan blijft kijken. Bij de insmijt zijn we als wereldcupwinnaars toegejuicht. Heel wat voelden we ons met z'n zessen op de balustrade zingen: "Oh ja, hier zijn we dan, maak je borst maar nat." De afknapper was groot toen we 5 minuten later verzopen in de massa beneden en opeens 2 weken slaapgebrek me begonnen op te breken. Beneden in de kelder zitten janken, getroost door Renée, Marjan en Arthur Baanders. Daarna ben ik nog naar het feest op het Beetshuis geweest, maar toen Jan daar om 5 uur nog niet was op komen dagen ben ik maar naar huis gegaan. Vanochtend op de inauguratie kreeg ik het wel even warm toen ik m'n tibi "Kusje voor Jan" hoorde. (Waarom niet "Kusje van Jan"?)

29 september

We hebben besloten het oude Arktos weer over te nemen, Anne-Marie heeft er nog ruzie over gehad met Max Kohnstamm, want die zat te drammen dat we het echt moesten doen (omdat z'n vriendin Arktosiet is natuurlijk), maar dan had ie wel net de verkeerde voor zich want Anne-Marie was er falikant tegen. We zijn ondertussen tijdens de nakennismakingstijd uitgebreid met nog 8 leuke meiden dus dat biedt perspectieven. Over Arktos hebben we een paar keer met Diduine gepraat en nu is de beslissing eindelijk gevallen. Eigenlijk verandert er niets. Als de reunisten maar niet lastig worden vind ik het wel best.'

↓↓↓↓↓↓↓

Arktos was dus terug. En eigenlijk was het net alsof Arktos nooit was weggeweest. In de verslaglegging over deze tijd herleven de tijden van weleer: daaruit spreekt eigenzinnigheid, intimiteit en zelfspot. Het corps voelde nog steeds - of alweer - aan als een knellende schoen (een tuttig hakje welteverstaan). De Arktosieten leken de corporale gedragscodes net niet helemaal te begrijpen, en vice versa. Dat leidde soms tot pijnlijke situaties. In 1984 weigerde het dispuut om naast de schietvereniging van het ASC/AVSV te lopen in een defilé ter gelegenheid van de 132ste verjaardag van het corps. Deze vereniging was naar de smaak van de Beren een bolwerk van reactie en machismo en ze vertikten het om hier broederlijk naast te paraderen. Toen Arktos kort daarop een schriftelijke felicitatie stuurde aan de senaat, stapelden de miscommunicaties zich op. Het dispuutsbestuur wenste de senaat toe dat die zou genieten van 'een patserig paffertje - op ónze vooroorlogse nostalgie', daarmee verwijzend naar de oude Arktoïsche traditie van sigaren roken. De sigaren had het bestuur echter vergeten mee te sturen. De senaat antwoordde dat Arktosieten geen gevoel voor humor hadden en dat zij het recht niet hadden om hen voor patsers uit te maken. De Arktosieten deden vervolgens een (tevergeefse?) poging om de boel recht te zetten: deze sigaartjes waren juist 'een belangrijk element in de felicitatie-poging', schreven zij terug, 'voor ons symboliseren ze de binding met de jeugdjaren van ons dispuut - onze vooroorlogse leden rookten elegante sigaartjes op het Rembrandtplein en dronken daarbij jenever uit koffiekopjes. Wij zetten die traditie voort en wilden u daar deelgenoot van maken.'
Dit was niet de enige botsing met het corps in de jaren tachtig. Gedurende dit decennium kwam Arktos' naam als 'pottendispuut' opnieuw in beeld. Meer dan vroeger en later meldden zich in deze tijd lesbische meisjes bij Arktos - of meisjes die de vrouwenliefde ontdekten als Arktosiet. Nu was dit op zichzelf niet het meest choquerende. De corporale gemeenschap raakte vooral van haar apropos vanwege een door Arktos gemaakte film, vertoond tijdens een filmavond op de sociëteit. De details en gevolgen hiervan lees je verderop.

↓↓↓↓↓↓↓

Anoniem stuk uit de lustrumalmanak 1982:

'Is Arktos veranderd in de loop der jaren? Ja natuurlijk, maar toch nog herkenbaar. "We kenne nog steeds niet vaak komme" op dispuutsactiviteiten, maar dat maakt de keren dat je wel komt des te leuker. De hoogtepunten liggen voor iedereen anders, maar er gebeuren per jaar toch op z'n minst een aantal opvallende dingen. Het cabaretfestival '81 liet heel wat vraagtekens achter bij het publiek. Niemand begreep er iets van, wij zelf ook niet. Dit heeft bepaalde ideeën over Arktos waarschijnlijk versterkt maar gelukkig hebben we hun duidelijk gezegd:

ik niet alleen
ben getikt
want echt
jouw hersens zitten ook niet recht
op een rijtje
en over een tijdje
kom ik je opzoeken daar
je weet wel waar

Op muziekfestivals blinken wij niet uit in eenzame pianorecitals of strijkkwartetten. Onder het motto "samen sta je niet zo alleen (op het toneel)" schallen liederen de zaal in, waarbij het soms lukt ons enthousiasme op de zaal over te brengen.

Arktos-toneel, circa 1981

Aangezien het ASC/AVSV een dubieuze rol speelt in ons leven, blijven activiteiten op het corps van de meeste mensen tot het eenakterfestival, de borrel-(mensa)-hap, bezoekjes aan Kothurne en Clio en eerder genoemde festivals beperkt. Op ons clubhuis komen we dus niet zo vaak, om wat brallers en billenknijpers te vermijden. Gelukkig hebben we na aandringen bij de commissie er voor gezorgd dat de jongens ook helpen bij het opscheppen van het mensa-eten. De verregaande discriminatie door alleen meisjes te laten helpen omdat jongens "teveel rotzooi maken" konden wij niet langer aanzien. Met resultaat dus.
De weekenden zijn zeker opvallende gebeurtenissen. In Castricum had Carol een tienpersoons tent meegenomen. Paan moest met 8 kooktoestellen zeulen. 's Nachts nog even een wandeling en plotseling zwemmen in de nog ijskoude zee.'

↓↓↓↓↓↓↓

Zoals gezegd was het Arktos van de jaren tachtig het dispuut van de vrouwenliefde. Xandra (jaar '82) vertelt erover in De Groene Amsterdammer (26 feb. 1997):

'In de jaren tachtig poetsten wij het lesbische blazoen op. We maakten een film voor het corporale filmfestival, Na de film, naar een verhaal van Hugo Claus over een jongen en een meisje die de gewoonte hebben samen naar de bioscoop te gaan en na afloop thuis de film na te spelen. De film die ze in Na de film imiteren gaat over een arm doofstom meisje dat de kippen voert en een ruwe stalknecht die haar verkracht. Ze overschrijden bij het naspelen de grenzen van het spel; het meisje voelt zich echt misbruikt. Veel discussie hebben we er niet aan gewijd en aan de consequenties dachten we niet. We lieten de personages "gewoon" door twee meisjes spelen omdat we nu eenmaal een meisjesdispuut waren. Marjolijn (jaar '81) was de brute stalknecht; bij de vertoning van de film wilde ze het liefst onder de banken kruipen: "Het viel echt stil in de zaal. Doodstil. Na afloop zei men dat ze het dapper van me vonden." Hoe dan ook, Arktos kreeg er het jaar daarop maar twee nieuwe leden bij.
Net als in de jaren twintig spraken de keurige families in het Gooi schande van het dispuut. "Ga jij tussen die kutpotten zitten?" vroegen de broers van Nicolette (jaar '85). Na het filmfestival beleefden we collectief onze coming out. We gingen naar Saarein, vrouwendisco Ditis, de oude potteuze kroegen aan de Zeedijk - de adressen hadden we van Andreas Burnier - en naar Petit Poucet, omdat daar zo'n opwindende pop was met veren in haar billen. We knipten ons haar kort en kochten mannenjasjes op het Waterlooplein. En we gingen vrolijk onderlinge affaires aan - ja, nu werd er wel "seksueel ontgroend".'

Toneelgezelschap Snif voor de Lutherse Kerk aan het Singel (lustrum 1987)

↓↓↓↓↓↓↓

In de jaren negentig kwam Arktos in gematigder vaarwater terecht. Het dispuut werd minder lesbisch en minder provocatief. Het werd corporaler. Willemijn (jaar '90) zei daarover: 'Dat is onwijs jammer. Misschien worden er überhaupt geen originele, extreme mensen meer lid van het corps. De verkorte studietijd heeft daar zeker mee te maken.' Hieronder vind je getuigenissen van de veranderingen die Arktos doormaakte in het laatste decennium van de eeuw.

↓↓↓↓↓↓↓

Uit de lustrumalmanak 1997, geschreven door Ariane (jaar '94):

'1992 was een groots jaar, want naast ons lustrum werd via het advertenties verzamelen ons archief teruggevonden. Toen Claire (jaar '91), één van onze jaars, zo'n advertentie probeerde te slijten in vrouwencafé De Saarein, werd belangstellend gevraagd waarvan zij was. Zij beantwoordde vol trots "Arktos!". De rest moge duidelijk zijn; de bazin had uit curiositeit ons archief van de straat geplukt en op zolder gezet. We waren erg dankbaar dat we onze geschiedenis weer terug hadden, dat het archief weer in onze handen was.

Daarnaast zocht Arktos in 1992 de "publiciteit" op. Een uitvoerig stuk over ons geliefde dispuut verscheen in de Folia. Op de vraag of wij nog steeds een "pottenclub" zijn, antwoordde Dominique (jaar '84) terecht: "Hoe heterofieler Arktos wordt, hoe meer het embleem 'pottenclub' gebruikt wordt." Verder werd door Fleur (jaar '91) wel duidelijk gemaakt, dat een vat op de sociëteit niet een slecht idee zou zijn en "dat is toch leuk? We zouden best eens wat gewone dingen kunnen doen!" Nou... na drie jaar was het dan ook zover. Met de nieuwe lichting van '94 deed "het vat" zijn intrede. Een nieuw "begin", op de nieuwe sociëteit in de Warmoesstraat. Bij het podium gesettled tussen Hebe en Aeneas op de woensdagavond.'

↓↓↓↓↓↓↓

Brief van Anne (jaar '90) aangaande de fleurrondes in 1993:

'Afgelopen week heb ik (...) doorgebracht in het huis van mijn ouders. Zij zelven waren elders. Ik heb daar op een middag een boek uit de kast getrokken wat niet weinig indruk op me gemaakt heeft en waar ik jullie graag een aantal passages uit citeer. De schrijfster van het boek is Louise. In hoofdstuk één maakt ze een hele scherpe analyse, namelijk dat alle problemen voortkomen uit het niet genoeg liefhebben van jezelf. Arktosieten, wij houden niet genoeg van onszelf. (Wel van elkaar maar niet van onszelf, en daar gaat het om.) Behalve een analyse geeft Louise ook een therapie. Ten eerste moeten we besluiten om te willen veranderen. Dit doen wij door in de spiegel hardop te zeggen "Ik ben bereid te veranderen". Vervolgens gaan we werken met affirmaties. Dit zijn een soort spreuken, die de oude manier van denken moeten vervangen. Net zoals Louise dat in haar boek doet zal ik een paar voorbeelden geven. "Wij zijn een fantastisch dispuut, en iedereen wil bij Arktos." "Ik hou van Arktos, de beer en de sterren." "De voorfleurronde is de leukste dag van het jaar." ("Gelukkig mag ik drie weken daarna nog een keer.") Dit soort affirmaties zullen we elke avond in de spiegel moeten herhalen (Wil en ik doen het samen tijdens het tandenpoetsen).'

Ook in de jaren hierna zou het dispuut Louises boek nog wel eens nodig hebben. Hoewel corpsleden vaak een ego als een zwembad hebben (zeker als ze zich in groepen bewegen), waren de Arktos-meisjes rond de millenniumwisseling eerder te weinig zelfverzekerd. Zelf gingen ze door het vuur voor het dispuut, maar ze konden het niet meer goed aan de man brengen. Waar dat aan lag, blijft lastig te zeggen. In het volgende hoofdstuk doen we een poging.